gedicht van de maand

september 2007

REIZIGER 'DOET' GOLGOTHA

Zij hebben hem, zonder zich af te vragen,
of hij het kon verdragen,
met nagels aan een kruis geslagen.

En toen hij daar te lijden hing-
een spijker is een lelijk ding-
zei hij: Vader vergeef het hun.

Zei hij: ze weten niet wat ze doen.
Het was hun er immers om te doen,
om eens te zien wat hij nu zou doen!

Zo heeft hij nog voor hen gebeden,
en in zijn sterven aan hen meegegeven
een alibi voor hun geweten.

En ik stond in de verte quasi wat te praten,
met een paar onnodige, onnozele soldaten
ze deden immers toch wat ze niet konden laten.

Maar hij beriep zich op het allerlaatste;
de armen van zijn vader; nog voor Pasen
moest ik me naar mijn schip in Jaffa haasten

Toen heb ik-'t was op Cyprus- in de krant gelezen:
Jezus van Nazareth, Christus geheten,
is, na voor drie dagen gekruist te wezen
zoals onze geachte lezers weten,

niet in zijn graf gevonden: 't graf was open,
hardnekkige geruchten lopen,
dat zijn discipelen de wacht beslopen.
Toen deze sliep, en zo het lijk ontvreemdden.

Geëxalteerde vrouwen echter meenden
dat zij hem zagen wandelen door de beemden.
Maria moet gestameld hebben: Heere!

Er zijn ook vissers die beweren
hij heeft met ons gegeten bij de meren.

Maar dit is van bevoegde zijde wedersproken,
men late zich geen knollen voor citroen verkopen.

Rome- Het anker valt. Wij varen thuis,
ik spoed mij naar de thermen, word ontluisd
van reis en roet en in mijn eigen huis

bij vrouw en vuur en radio gezeten,
ben ik alras Christus en kruis vergeten
....Toen heeft een S.O.S mijn ziel doorreten:

Mijn geest wordt uitgestort op alle vlees,
wie niet vóór mij is, is tegen mij geweest;
seint een geheime zender wit en hees.

Weer onder zeil, over de eenzaamheden
van oceanen die mij van U scheiden,
Christus, wil mij verschijnen aan de einder.

Gerrit Achterberg (1905—1962)top